Meteen naar de inhoud

boot

Alles opnieuw, voor de tweede keer …

Bijna vijf maand geleden dat de laatste update over de Zeekraai online kwam. Tijd voor een nieuwe. In het laatste blog sloten we ons eerste vaarseizoen af zonder Erik: de Zeekraai stond in november weer veilig op de oprit.

Nu ligt ze voor de tweede keer, zonder kapitein, aan de steiger achter ’t huis. En we hebben heel wat gedaan in de tussentijd. 

Samen met buurman Paul hebben we ons vaarbewijs gehaald! Met een weekendje cursus van Reinen op Terschelling, hebben buurman Paul, Neel en ik ons klein vaarbewijs I en mama zelfs klein vaarbewijs I en II. Beide iets wat niet nodig is om met onze boot te mogen varen, maar wel altijd handig. En leuk dat we nu van alle borden, vlaggen en boeien weten wat ze precies betekenen. Voor de rest vraag ik mij af of ik ooit mijn kennis over het wierfilter nodig zal hebben, maar als het moet: grote kans dat ik het dan toch weer even moet Googelen. 

Na het halen van het vaarbewijs werd het toch echt tijd om de boot weer vaarklaar te maken. Het luik, de mik, de giek en het helmhout zien er weer uit als nieuw, na een goeie schuurbeurt en vele lage lak. Ook het onderwaterschip heeft er nog nooit zo mooi uitgezien, sorry pap maar het is waar. De nieuwe antifouling hadden we vorig seizoen al op een klein stukje getest en werd goedgekeurd voor dit vaarseizoen. 

Met hulp van buurmannen Paul en Gerhard legde we de avond ervoor (na veel overleg) de mast op de boot en reed buurvrouw Jelly de volgende ochtend de boot naar de werf. ( Het volgende op ons to do lijstje: een BE-rijbewijs halen.)

Op woensdag 10 april ging ze het water weer in en voeren we weer richting huis. Een bijzonder moment. Ook was er bijna een soort van welkomscomité, vele buren die zwaaide en even bleven kijken hoe Erik’s boot weer thuis kwam. 

Maar Erik nog steeds niet. 

Ik blijf hopen dat hij zijn hoofd ineens door het luikt steekt, met een pet op en een ‘bakkie’ in zijn hand. Om ons te vertellen dat hij een mooie tocht, met veel bijzondere vogels, heeft gemaakt en weer thuis is. 

Maar helaas, het luik blijft dicht en we leggen aan op de steiger. 

Die vrijdag komt Gert ons helpen met de verstaging. We proberen vooral veel uit en kijken op foto’s hoe het ook al weer zat. We zetten dit jaar het nieuwe zeil erop, wat al acht jaar ongebruikt op zolder heeft gelegen. Aan het eind van de dag zijn we tevreden over hoe ze er weer bij ligt. 

Twee dagen later, 14 april, wordt de eerste zeildag van het jaar. Wat een prachtige dag, wind en zon. Perfect om alles weer uit te proberen. We hebben Jeroen, matroos in spé mee en Maria, een vriendin van Neel uit Roemenië, die voor het eerst in haar leven op een zeilboot zit. We komen erachter dat we vrijwel geen enkele zeilterm in het Engels kennen en dat dat misschien wel handig is. Voor als we ooit de grote tocht naar Haparanda gaan maken. Kunnen we moeilijk aankomen met ‘Yeah, our ‘fok’ is gone and the long wooden stick thinghy broke’. Dus iets voor op het to do lijstje erbij!

Goede vrijdag vaart ze er alweer op uit, Neel is op dit moment in Senegal. Waar ze overnacht op de enige geregistreerde zeilboot in het hele land. Wij nemen Julian en zijn zusje Kyra mee aan boord. Die warme Nederlandse dagen zijn veel beter uit te houden op het water. We varen weg en bedenken ons dat het toch best hard waait. Ja misschien iets om de volgende keer even te checken voordat we gaan zeilen… oeps. Het gekochte elastiek voor het rif moet er nog in. Al varend rijgt mama het elastiek door de gaatjes, zodat we daarna het zeil kunnen hijsen mét rif. We zijn nog niet helemaal tevreden over het nieuwe zeil, maar we varen weer en wat is het heerlijk. We proberen vooral de zonnekoers te varen en als we van de Goaiingarypster Puollen, door het Jouster Feartsje de Dolte in willen draaien zitten we even vast. Met twee mensen op het voordek is het te doen en varen we verder. Als we even later opgelopen worden en nog iets meer naar de wal uitwijken zitten we toch echt vast. Snel de motor erin en aan, ook weer een goede oefening die we hebben gehad. Als beloning zien we een overgezwommen ree lopen tussen alle ganzen op het eiland.

Als de boot weer aan de steiger ligt, het zeil is op gerold en alles er weer netjes bij ligt, besluiten we de vlaggetjes te hijsen. De vlag van het Wapend oog van Terschelling en het nieuwe Marrekrite vlaggetje, die mooi donkergroen is dit jaar. Daarna is het tijd voor een borrel, zoals het hoort. Helaas blijft de whisky fles in de biels onaangetast…

papa waar blijf je.

Ze staat weer op het droge …

Vrijdag 16 november

Traditie trouw gebleven, de laatste boot van onze gracht, die het water uit gaat. Eerst met de Skoda de trailer brengen en de Honda bij Neel rechtop achterin, gelijk ook maar afleveren bij Herre Popma. Ruime bocht de oprit af, gelijk even de bosjes snoeien, rustig sukkeldrafje de Eastwei af, zodat de mast bokjes niet omvallen, doet Noor keurig. Gedrieën wandelen we naar huis, snel bakje koffie en thee, brrr wat is het waterkoud. Motortje starten zonder de losse tank, want de interne Aspen moet nog even op, loopt nog prachtig. In de spookachtige mist varen we dit jaar voor het laatst de gracht uit, rechtsaf naar de werf. Nog even bochtje voor straks oefenen. De meiden draaien alvast het gat voor de strop los en laden de laatste etenswaren in de tas, toch leuk nog een flesje wijn en jutter vinden in de biels. Relax leggen we bij het steigertje van de werf aan, de boys staan al klaar om te helpen. Voor we het goed en wel in de gaten hebben, hangt de mast al in zijn strop, keurig gaat ze omhoog en in haar bokjes. Motor wil er iets minder makkelijk af, dat stuk hout zullen we echt moeten vervangen, goed over nadenken wat de beste oplossing daarvoor kan zijn.

En dan hangt ze daar ineens weer hoog in de lucht, tranen rollen over onze wangen, wat weer ’n rotmoment. Gelukkig werken de profs gewoon rustig en behoedzaam door. Voor het afspuiten even foto’s maken voor Gert. Wauw wat ziet het onderwaterschip er goed uit. Die paar mosseltjes zijn er zo afgespoten en het proefvlak andere anti-fouling ziet er top uit.

Dat kunnen we in het voorjaar er zo opzetten, wat een geruststelling. De rust komt een beetje terug, als ze veilig op haar trailer staat. De spanbanden op zijn plek, mast weer aan boord, wij gaan vast. De jongens brengen haar, achteruit de straat in, netjes op de oprit. Dat aanhangrijbewijs moeten we deze winter maar gaan halen. Ze helpen nog even de mast in de tuin zetten. En de rest is aan ons.

Dus gaat eerst de spuit en de borstel nog even over het dek, echt schoon wil t niet worden, met steeds weer die smerige schoenen. Dan moeten toch echt even de foto’s er aan te pas komen, hoe zat het ook alweer met die balken van de wintertent. Roer er af, kegjes erin, lijmklem erop, maar net voor donker hebben we keurig het winterkleed op de Zeekraai.

Houtkacheltje aan, cake, koffie en oh ja dan moeten er ook nog heel wat spullen naar zolder, drogen, in de schuur, geschuurd, geverfd, maar dat mag de hele winter duren.

Eerst maar weer even wennen dat ze weer op de oprit staat, het vaarseizoen is rond.

Erik waar blijf je nou ….

 

De eerste nachten van huis

De zomervakantie is voor iedereen begonnen, voor ons voelt dat dit jaar niet zo. Hoe komen we de vrije tijd zonder Erik, zonder papa, maar met de Zeekraai door. Noor mag mee zeilen in Kroatië, dus gaan Neel en Marchien de eerste overnachting aan boord, aan andere steiger dan thuis uitproberen. 400 mtr van huis in de Holle Greft leggen we keurig bij ons eerste Marrekrite plekje aan. Dat blijkt een verstandige beslissing want we zijn de helft vergeten.

De volgende morgen draaien we mooi kort om. Even naar huis de poes naar buiten laten, douchen, krantje uit de bus, echte koffie zetten. Uiteraard even alles van het lijstje aan boord brengen. En vervolgens de bocht rechts om PM kanaal op en voor het eerst door de brug, direct een brok in mijn keel en tranen in mijn ogen, gelukkig geeft Neel me de moed en de juiste woorden om door te gaan. We dachten naar het Heegermeer te kunnen zeilen, maar de wind laat het afweten, dus brommertje bij. Maar eenmaal daar, na een mooi zitkussen opgevist te hebben, kunnen we heerlijk spelevaren, sup board opblazen, beetje zwemmen, peddelen en de eerste zeilende foto’s. Richting Yntemasloot, net bij de ingang ineens een puist wind van de andere kant, alle bootjes op 1 oor, maar we hebben haar goed in de hand. Dan maar weer de motor bij. De ankerboei van vorig zomer is vrij, maar de tweede lijkt beter beschut. Die op het Grutte Gaastermar kunnen we niet vinden. De eerste poging is iets te krap, ik schrik, zie de diepte meter 0.90 aangeven, maar poging 2 liggen we goed. Hier durven we, als de wind na 8 uur gaat liggen, wel een nachtje door te brengen.

Blauwe olielamp in de achterstag en zwarte bolletje in de zijstag, klaar voor het donker. We testen nog even de boord verlichting, just in case, en die doen het niet allemaal. Eenpansgerecht; couscous met groentes, op het gaspitje, smaakt heerlijk. Om 02.00 de wekker, Erik zou zeker even ankerwacht instellen, om 01.00 ben ik al wakker en stel mezelf gerust dat alles nog oke is, voor de zekerheid ook nog even weer om 04.00 de wekker. Daar schrikken we van wakker, we durfden ons dus echt aan de rust over te geven.

 

Als de zon al lang en breed op is, volgt de eerste heerlijke ochtendduik. Na ons ontbijt is het plan Workum, daar is namelijk een station, Jeroen is meer dan welkom. De wind is wel tegen, dus weer even wat Aspen verstoken. Net voor de bocht zoekt Neel, op mijn verzoek, nog even de treintijden op ivm met de eerste spoorbrug, dat levert eigenlijk alleen maar stress op. Gas bij of juist extra rustig aan doen? Hij komt zo. Antwoord komt gelijk in zicht; we zien het licht van groen op rood springen. Een behoorlijke tijd lukt het om de Zeekraai op z’n plek te houden, maar als dan ’n ‘le Boat’ met veel fenders mij toch te dichtbij komt, kiezen we voor een extra rondje. We belanden mooi achteraan het rijtje bootjes. Bij groen stoomt iedereen snel op, een bijzonder zeil/droogval bootje geeft ons voorrang, maar Neel heeft aan 1 blik van mij genoeg en bedankt, ‘gaan jullie maar eerst’. Als laatste komen wij dan bij de Sudergoabrege aan, hij draait, maar eerst alleen voor de andere kant. We houden ons bootje even op de hand aan de wachtsteiger vast. Mooi weer achteraan passeren we brug 3 en direct na de bocht gaan we rechts voor de wal, kunnen we namelijk makkelijk weer weg varen. De fenders moeten hoog, Erik zou mopperen.. ‘echt aan gelegd voor grote boten’ 🙂

Jeroen is al in de trein gestapt, eerst een bakkie koffie, hebben we wel verdiend. Onderweg naar de boodschappen, moeten we vooral erg lachen om de enorm lelijke leeuwenfontein, geen wonder dat Henk ( van José ) de piemelfontein als alternatief bedacht. Met lichte duw van Jeroen op de kont en ferme push van Neel op de kop draaien we keurig ons rondje, brug draait direct en even weer dobberen voor de spoor, weer mooi oefenmomentje. Op ’t fokje Klifrak en Lange Fliet en Koarte fliet door en ‘ervaren’ op de motor naar onze ankerboei van vannacht. Sup opblazen, afkoelen, pannenkoeken! Jeroen wil nog wel graag even écht zeilen, dan maar even een rif zetten, want t waait toch aardig. Zij tweeēn zeilen halve wind op en neer de Grutte Gaastmar, ik zit genietend voorop.Tegen 19 u kruisend ’t Sanmar over en weer t slootje in naar Workum, motortje aan, fokje weg…. stopt ineens (toch) weer de nieuwe Yamaha. Neel doet nog een startpoging, ik neem snel het roer over van Jeroen. Overleg. Hier kunnen we nog omkeren en zeilen, overstag, grootzeil weg, fok weer uit, op naar onze eigen ankerboei. ‘Niet missen hóór, moet in 1x raak’ en dat lukt ook, gelukkig. Blijkt gewoon het rode dodemanskoordje los en we zijn snel weer op pad. Spoorbrug en Sudergoabrege lijkt al bijna vertrouwd en we leggen iets verder naar voren aan. Picknick in het gras naast onze eigen kuip. Wat een geslaagde dag. Jeroen haalt met gemak de 21.30 trein. Neel en ik lopen nog even naar het sluisje aan de IJsselmeer kant. Helaas nergens meer een Irish of Dokkumer koffie meer om 22.30, dan maar te kooi. Morgen om 08.45 staat Sietske klaar als nieuwe bemanning.

Op de motor bij d’r paps, stoer man. Wij moeten nog ontbijten, koffie, zelfde afvaart manoeuvre, gaat steeds vertrouwder, brug, spoortbrug, even langs zij een ander bootje, hoppa, been there, done that. Zeer weinig wind, fokje blijft amper vol, dus brommertje blijft bij en pas op het Heegermeer kan die uit. Sup is zo weer opgeblazen en heerlijk spelevarend toch de juiste kant op. Leuk om zo met Sietske weer bij te praten. Johan Friso kanaal (Jeltesleat? Waarom heeft dit water 2 namen?) gaat mooi man. Stuurvrouw Siets haalt gewoon in. Net voor we het PM weer opdraaien, nog snel even afkoel en plas actie met de toch niet zo handige nieuwe zwemtrap. Op het kanaal laat de wind het echt afweten en de laatste mijltjes dan toch maar weer even een beetje vals spelen. Sietske moet op tijd naar huis ivm haar werk en Noor is terug uit Kroatië. Dit keer gaat de brug naar huis zonder tranen of brok in mijn keel, ben best wel een beetje trots. Als we de Keizersgracht indraaien staat onze jongste dochter superbruin te stralen op de steiger, likkend aan een ijsje. Dat willen wij ook! Nog even koppie erbij, er zwemmen kinderen, achterin draaien en dan ligt ze weer veilig aan eigen steiger. Haar eerste reis zonder Erik, zonder kleerscheuren weer thuis, wat zou hij trots op ons geweest zijn.

 

 

Weer even een update

Dat is toch moeilijker dan het lijkt, een blog bijhouden. Papa had waarschijnlijk al een paar keer een blogje gemaakt over de vele jonge rotganzen, kleine meerkoetjes en zeiltochten met vrienden. Vrienden, die helaas, vaak nu pas voor het eerst aan boord stappen van de Zeekraai. 2 juni kwam Linda mee zeilen. Vaak wordt er hetzelfde rondje gezeild, via het Pr. Margrietkanaal naar het Sneekermeer, daar een beetje pierewaaien. Dan de Goaiingarypster Puollen op, als de wind het toelaat, via het Jouster Feartsje de Dolte in: Erik’s favoriete vaartje en anders als variant via de Gudzekop. Om daarna in de Holle Grêft uit te komen, richting huis.

Hetzelfde weekend dat Linda aan boord was komt zondag Jeroen ook nog meevaren en krijgt zeilles van Neel, het is er heerlijk weer voor. Die week erna komt Sil een dagje meevaren, ze zorgt voor de catering. Als we lekker voor de wind varen worden de salades en broodjes erbij gepakt. Op het moment dat Sil alles klaar heeft moeten we alleen even een andere koers gaan varen en is rustig eten er niet bij 😉

Dan wordt er een tijdje niet gevaren, Neel en ik zijn beide op Terschelling aan het werk met Oerol. De boot alleen meenemen voor mama is nog een dingetje. 27 juni wordt er dan weer gevaren, en dit keer met oma, oma Kipje én Famke, die nog nooit in haar leven op een boot heeft gezeten. Mama en ik besluiten ze alle drie in een zwemvest te hijsen en zetten een rifje. We motoren naar het Sneekermeer en rollen het fokje uit. Het grootzeil hijsen we niet, want oma wil wel mee zeilen; ”maar ik wil niet scheef!” Maar met een windkracht van 1/2 beaufort besluiten we toch het grootzeil te hijsen. Er staat een perfect windje voor onze gasten en Famke durft zelfs een tijdje te sturen.

Die vrijdag erop zeilen we weer met zijn drietjes. Het weer is top, heerlijke zon en een lekker windje. We doen de bekende route. En dan 6 juli neemt mama, zonder Neel of mij de boot mee. Peter en zijn meiden zijn hiervoor uitstekende bemanning. Op een gegeven moment wordt zelfs het (opblaasbare) sup board achter de boot gehangen en wordt er gesurft. Vandaag ‘motorles’ gehad van leraar Gert, schipper  van de Professor Lorentz en eerder van de Geesje van Urk: de boot waar papa en mama elkaar leerde kennen. Vele lastige manoeuvres moeten worden uitgevoerd, en ook de snelheid van de motor wordt getest.

Nu jullie weer een beetje op de hoogte zijn kan ik er weer tussenuit, ik ga namelijk een weekje zeilen in Kroatië. Net even iets anders dan het Sneekermeer. Als Neel straks vrij heeft van haar drukke ziekenhuis leventje zullen er waarschijnlijk wat langere zeiltochten plaatsvinden. Nieuwe verdere bestemmingen en nieuwe manoeuvres voor ons, sluisjes, bruggen, havens… als dat maar goed komt 😉

 

 

Ze vaart, zonder haar Kapitein…

Als een schip zinkt, blijft de Kapitein aan boord tot al zijn bemanning veilig is, om meestal zelf met het schip ten onder te gaan. Maar wat als de Kapitein ten onder gaat. Dan zinkt het schip niet maar biedt het een veilige thuishaven voor zijn bemanning. Onze Kapitein, Erik Klappe, liet ons geen zinkende schip achter maar een schip wat keurig op z’n trailer stond op onze oprit. Ja en dan? Wij als bemanning kunnen wel zeilen, maar het is niet ons schip. Wij zijn geen van allen Kapitein. Met hulp van vele schippers van andere schepen ligt de Zeekraai nu weer waar ze hoort. Aan de steiger, in onze achtertuin. Haar veilige thuishaven, waar ze vanuit zal vertrekken; dit seizoen naar de Friese meren en later een keer naar Haparanda. Waar haar Kapitein haar altijd al mee naartoe wou nemen. Ze zal varen met haar bemanning. Maar de Kapitein zal ook altijd aanwezig zijn, misschien een beetje mopperend op een niet zo’n nette aanleg van ons. Misschien glimlachend om een mooie manoeuvre. Maar zeker stralend, dat zijn schip nog vaart. Ook zonder Kapitein.

De Zeekraai heeft ondertussen al een paar mooie zeiltochten achter de rug. Langzamerhand beginnen we zekerder te worden met haar, toch blijft het moeilijk. Het gemis van Erik is groot, vele dingen die we nu zelf uit moeten vinden. De eerste keer, alleen met ons drietjes, was raar en onwennig. Maar ging goed! Daarna al een paar keer vrienden mee genomen, waarvan ook niet zeilers, en ook dat ging goed. Ze ligt er heel mooi bij en het is niet alleen voor ons maar voor iedereen een veilige thuishaven. Toch klopt het niet. Geen Erik in z’n driekwart broek met zijn pet achter het roer. Maar het is ook fijn, de hele wereld gaat door en op de Zeekraai staat de tijd weer even stil. Tijd om na te denken, tijd om te leren en tijd om te huilen. Tijd om te bedenken hoe we verder moeten, wat onze nieuwe koers wordt, nadat we plotseling overstag moesten.

Ik, Noor Klappe, zal blijven schrijven over onze avonturen met de Zeekraai. Niet zo mooi en niet in dezelfde stijl als die van mijn vader, toch hoop ik dat jullie zijn site zullen blijven bezoeken om te zien hoe het met zijn Zeekraai gaat.

 

Van Terherne naar huis…

We hebben weer verplichtingen thuis en dus varen we vandaag weer naar huis. Door het Heerenzijl en over de Poelen. We besluiten de poes op te halen bij oma. Maar als we haar bellen dat we eraan komen, verteld ze dat het een gekkenhuis is bij haar voor de deur. Het ligt er al hutje mutje vanwege de aankomende Sneekweek. We gaan op huis aan. De poes halen we later wel…

Akkrum – Koude Maag

’s Morgens na de boodschappen en de verse broodjes gaan we door de Meinesleat en it Deel richting Heerenveen. Halve wind is het mooi bezeild heen en terug. Want eigenlijk hebben we er niks te zoeken. Na de lunch in  het haventje van Vegelingsoord gaan we dan ook weer terug en leggen vlak voor ’n flinke bui aan in het Akkrummer Rak. We eten wat en zoeken als het is opgeklaard een plekje voor de nacht aan de Koude Maag. Er volgt een schitterende avond en we zien zelfs reetjes langs de bosrand.

            

BewarenBewaren

Alde Feanen – Akkrum

Zondag ontbijten we met Vroege Vogels en ’n versgemalen bakje uit ons nieuwe koffiemolentje. Daarna maken we een slag over de Saiterpetten. Dan gaan we op de fok weer door de Sietse Maaikesloot. Wederom een genot, dit slootje. En wat ’n fijne huisjes staan er hier toch aan het water… Fokkesloot, Krûsdobbe, Grietmansrak en Kromme Ee brengen ons op de Modderige Bol, waar we vastmaken voor een late lunch en ’n knipje. In de namiddag neemt de wind wat af en vervolgen we onze weg naar Akkrum. Nog even wachten op de trein en dan maken we vast in het kleine haventje in het centrum. Er is nog net één plekje. We eten bij de pizzeria en maken nog een ommetje door het dorp. Ondermeer door het park van de Coopersburg.

      

BewarenBewaren

Alde Feanen II…

De volgende morgen zeilen we over de Sânemar, door de Alde Wei en de Skeanesleat. Het is nog steeds winderig, maar het weer is redelijk. Nu vinden we de Dolte, vlak bij huis, een van de fraaiste vaartjes van Friesland… maar de Skeanesleat (of is het nu Sietse Maaikesleat ?) lijkt nog wel mooier. Weliswaar geen windmolentjes langs de kant… maar overhangende bomen, geheimzinnige rietkragen en zelfs een roerdomp (of was het ’n ralreiger ?) die voor ons langs vliegt. Het brengt ons op de Holstmar, waar we aan de hogerwal een steigertje vinden. Het is een daalders plekje. We lezen, verpozen, zwemmen, fotograferen en wandelen. Kortom, vieren vakantie. Tijdens het koken moet het tentje weer over de giek, want het sputteren gaat over in een heuse bui…

    

BewarenBewaren

BewarenBewaren

De Âlde Feanen…

De volgende morgen waait het hard. Op enkel de fok, verlaten we het kleine haventje. En eenmaal buiten, op de Ee laten we het maar zo. Het gaat ons rap zat. Door de Grêft en de Folkertssleat zijn we binnen no time op de Sânemar. Door de Lange Sleat willen we naar de Saiter, om daar een plekje voor de nacht te zoeken. Maar de Neare Saiter blijkt gestremd en we keren weerom naar Eernewoude. We doen boodschappen (aan de boodschappensteiger) en verhalen daarna naar het dorpshaventje. Ondanks de harde wind doet het zonnetje wel z’n best en we liggen hier prima. We passagieren, halen een nieuw gastankje en ’s avonds is er een dorpen volleybal toernooi op het veldje naast de haven. Gezelligheid alom.

      

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren