pech…

september 3rd, 2010

En zo stonden we vorige week zaterdag ineens langs de vangrail. Om 1 uur ’s nachts. Nog net niet op de ringweg van Groningen… Komende van Uithuizen. Of all places.
‘n Gebroken distributieriem. Dat verzin je niet.
Was nog lang niet aan vervanging toe.
Maar ja. Einde oefening. Volgens de ANWB man met humor.
22.10 Belden we. 23.00 was ‘ie er. Na eindeloos heen-en-weer gebel over de juiste plek.
Want onze Tom-Tom was blijkbaar ‘n stuk gedetailleerder dan die van de ANWB helpdesk.
En hectometerpaaltjes waren er niet. Op ons stukje N46.
Maar ja. Toen was het nog weer even wachten op de bergingsdienst.
Die ons en onze Fiat terugbracht naar IJlst. In het holst.
Van de nacht, dat is.
Om 2 uur zaten we aan (de welverdiende) borrel.
Om 2.30 lagen we onder het dek.
Tot 7.00 uur.
Want toen sms-te Kees.
Dat het gelukt was, onze oude Subaru, ondanks de drukte vanwege de laatste vakantie-uittocht (Eilanders hebben toch nog altijd ‘n streepje voor), op de boot te zetten.
En gisteren zette ik m’n handtekening onder ‘n koopovereenkomst.
Voor ‘n VW Golf Variant. Van 2006.
Einde Fiat. Einde Subaru. Einde van ‘n tijdperk…
Misschien wordt ‘t tijd dat ‘t huis ook maar ’s wordt verkocht.
Lijkt me…

de ijzeren vrijer…

augustus 22nd, 2010

Voor de vakantie naar Bretagne was ik ‘n paar dagen op pad met onze jongste (*). En één van onze stops was het Zuiderzeemuseum in Enkhuizen. Daar kocht ik in het souvenierwinkeltje de afgeprijsde luister-cd van ‘Herinneringen van een Bramzijgertje’. Een boek, waar ik altijd nogal weg van ben geweest. Het verhaal van ‘Mensje’ is me altijd bij gebleven. Jan den Hartog, natuurlijk bekend van Hollands Glorie, schreef het als Boekenweekgeschenk in 1967. Het verhaal wordt voorgelezen door Sinterklaas zelf, die natuurlijk een prachtige stem heeft en van wie het ook een van zijn favoriete boeken is.
Zo luisterden we onderweg naar het Franse, naar de oer Hollandse belevenissen van een 13 jarige Marker jongen, aan boord van de botter van de IJzeren Vrijer in de tijd vóór de Afsluitdijk. Toen het IJsselmeer nog Zuiderzee heette. De vis nog duur werd betaald. Schepen nog van hout waren. En vrijers van ijzer…

Parade…

augustus 18th, 2010

Het is zondagavond. Ik rijd door Amsterdam. Het regent nog harder als toen. Het zadel van de fiets staat veel te laag en het slot rammelt aan het stuur. ‘t Is dat ik ‘n zeemannenrichtingsgevoel heb, anders… vond ik nooit de weg terug naar het huis van Ylva. Elke woonboot lijkt op de vorige en kruispunten lijken allemaal op elkaar met dit weer. Ik moet uitkijken dat ik niet met m’n wiel in de tramrails geraak. Na 2 minuten ben ik al doornat. Ik kom van de Parade. Die nog nooit zo rustig is geweest als vanavond. Volgens Michelle. Ik vond het druk genoeg. ‘n Beetje als de Westerkeijn op ‘n doordeweekse Oerol-middag… Ik at een Turkse pizza. Ik zag Orkater. Niet overtuigend, maar we zaten tenminste droog en de drumsolo was fijn. En de broer van Charel. Die de meute toch weer fijn in de stemming kreeg. Én ik praatte bij met Mariek. Die eigenlijk helemaal niet zo op Sophie Marceau leek. Maar nog steeds ‘n mooie meid vrouw is.

Monchy le Preux…

augustus 10th, 2010

Als kind gingen wij vrijwel ieder jaar op vakantie naar Frankrijk. Meestal naar Bretagne. Wat zeg ik ? Meestal naar Tregastel, aan de ‘kust van de rose rotsen’, la côte de granit rose. Omdat we woonden in Schiedam, was de eerste stop meestal in Noord-Frankrijk. Of bij de familie in Maubeuge. Of op ‘n kleine camping met ‘n prachtig statig landhuis, getooid met kleine dakkappeletjes en omgeven door bloemrijke struiken. De toiletten, hurkers natuurlijk, bevonden zich in ‘n halfronde (planten)kas aan de zijkant van het huis. Tandenpoetsen deed je tussen de geraniums.
De ‘patron’ had een Traction Avant onder een kleed in de schuur en zijn vrouw verkocht ’s ochtends croissants en baquettes en maakte jam, die stijf stond van de gelatine. De camping was klein maar een plaatje: een oase van rust na een dag autorijden. ‘n Karrenspoor, als ‘n breed uitgerekte letter s, met ‘n smalle strook gras. Als een Alpen-col in de Tour de France tegen een heuvel aan. Beneden in het dal graasden schapen, langs ‘n stroompje, niet breder dan je stoel. Wij kinderen noemden het dan ook altijd ‘de schaapjescamping’.

Jaren later, in 1988, probeerden we de camping terug te vinden. ‘n Naam wist ik niet meer. En ’schaapjescamping’ stond natuurlijk niet op onze Michelinkaart. Blangy sur Bresle, was het enige dat ik mij kon herinneren. En op weg naar Tregastel, vonden we niets. Natuurlijk niet; de enige kaart die we tot onze beschikking hadden was de routekaart voor Frankrijk, voor de leden van de ANWB. Gratis. Dat wel, maar idd niks waard wanneer je van de grote weg afging. In Bretagne kocht ik, zoals mijn vader ook altijd deed, ‘n detailkaart van de omgeving van les granit rose. Ik ben gek op kaarten en atlassen moet u weten. En keek ik in de winkel in de grote Michelin-atlas op kaart nr. 12. De omgeving van Blangy sur Bresle. Ik herkende nu de namen Campneuseville en, heel klein schuin daarboven, Monchy le Preux. Twee blokjes aan weerszijden van ‘n dun weggetje.
Op de terugweg stonden we er ‘n nacht. Op camping Monchy le Preux. Bij het landhuis. Met croissants en stijve jam. Het voelde als thuiskomen.

In 2001, togen we, nu met kinderen, van toen 2 en 5, weer naar Bretagne. Nu wisten we waar we moesten zijn. Maar de camping was er niet meer. Teleurgesteld stonden we voor de dichtgegroeide ramen en staarden we in de verlaten kas. Namen foto’s van het huis en droomden al over ‘n kleine camping met chambre ‘d hotes in Frankrijk. Het programma ‘Ik Vertrek’ en gezond verstand weerhielden ons daarvan…

En afgelopen vakantie waren we er weer. Met nog altijd de stille hoop, dat iemand dit paradijsje weer tot camping of chambre d’ hotes heeft omgetoverd. Het verroeste hek was dicht, het erf een wildernis. Door ‘n klein gat in het hek slopen we toch naar het huis. De struiken waren in 9 jaar gewoon doorgegroeid. De kozijnen verrot en de camping onherkenbaar. In de kas groeiden net zoveel braamstruiken als daarbuiten. Ik nam foto’s en werd betrapt door een man. Het bleek de zoon van de oude eigenaars. Om onze ongevraagde aanwezigheid te verbloemen, vertelde ik over vroeger. Over 35 jaar geleden. In m’n beste Frans… De zoon vertelde dat het huis en de camping verkocht waren aan ‘n Engels koppel, die er slechts een maand per jaar waren. Zijn zoon heeft nog wel de landbouwgrond in het dal, maar is voor zijn inkomen afhankelijk van z’n baan in de ‘industriëlle’. Vader (die van de Traction Avant) was al een aantal jaar overleden, en z’n moeder woonde met haar 96 jaar in ‘n verzorgingshuis in Blangy, waarbij hij ‘n gebaar maakt van dat ze niet helemaal meer helder is… De Engelsman had dat voorjaar net ‘n paar bomen mishandeld. En dat als ‘ecologiste’. Het zit ‘m duidelijk hoog dat de camping verleden tijd is en er geen toekomst meer zit in dit huis op deze speciale plek. Triste, klinkt het aldoor in z’n betoog. En dat is ‘t inderdaad. Het ooit nog steeds prachtige huis is nu overwoekert met vlinderstruik en blauwe seringen. De kozijnen zijn verrot en het erf verwaarloosd. De camping is overwoekerd, maar je voelt nog altijd het speciale van dit plekje… Wanneer ik 20 jaar jonger was, en genoeg geld had, had ik er nog wel zin aan gehad. Camping Monchy le Preux, bij Campneuseville.

op ‘e fyts…

juli 22nd, 2010

We fietsten over Oudega, waar we nog even babbelden met collega Pyt. Onderweg bloeide de zwanebloem in de sloten en versperden koeien nog even onze weg. Toen langs het Aldegeaster Brekken, waar het leek of heel Friesland op het water zat, door Nyhuizum naar Workum, waar we koffie dronken bij José. Van Workum (ijsco-stop) naar Hindeloopen, waar het drukkend warm was en het verwachte windje er niet was. En van Hindeloopen langs de dijk naar Molkwerum, waar we snel de tent opzetten en verkoeling zochten in het IJsselmeer.
De volgende morgen braken we vroeg op. Tenslotte is ‘t toch al geen slapen met dat warme weer op zo’n lullig matrasje, waar ik domweg te oud voor word. We zwommen nog even buitendijks, ergens boven Stavoren, voordat we de veerboot namen naar Enkhuizen. Daar slenterden we door het Zuiderzeemuseum, waar het eigenlijk te warm voor was. Waarna we de tent opzetten in de schaduw van de hoge bomen op camping de Veste en wederom ‘n duik namen in het IJsselmeer. En of ‘t aan ons lag ? Maar het water was hier ‘n stuk warmer (en groener) dan aan de Friese kant; het leek wel badwater…
’s Avonds zochten we ons de blubber. Naar ‘n Italiaan. Want Noor en Lisa wilden ‘n pizza. En Yvonne eigenlijk ook wel. Mij maakte het niet uit, maar ik pas me altijd makkelijk aan ;-)
De volgende dag namen we de boot weer terug naar Stavoren en namen samen één uitsmijter. De Afsluitdijk bewaren we voor ‘n volgende keer. Nog even zwemmen achter de dijk en toen over Koudum naar Gaastmeer. Alwaar we dubden of we nog ‘n nachtje de tent op zouden zetten of terug zouden naar IJlst. Het werd ‘t laatste, waar in elk geval weer ‘n gewoon bed wachtte !
En ik had hier graag wat foto’s bijgezet, maar ook dat moet nog even wachten vrees ik…