Ooit zat ik in ‘n dakgoot, drie hoog in Rotterdam, in een straat in het Oude Westen. Wat ik daar deed ? Met ‘n camera het pand aan de overkant in de gaten houden. Aan die overkant hield een verwarde man een huisarts in gijzeling. Alle straten in de omgeving waren afgezet, de gijzelnemer was ‘vuurgevaarlijk’. Toen de eigenaar van een pand in de desbetreffende straat ons op het kruispunt tegengehouden zag worden, door ‘n vriendelijke doch standvastige agente, had hij ons aangesproken. Want, vanaf zijn balkon zouden wij een stuk dichter bij de plek des onheils zijn. In die jaren hadden wij nog geen mobiele telefoons. Wel een ‘pieper’, die we ook zelf af konden laten gaan, zodat wij met de smoes dat we even de redactie moesten bellen, langs de alleraardigste, doch naïeve agente mochten om bij de beste man even te bellen. Het balkon bleek niet zo’n beste plek, maar via wat achtertuinen, poortjes en een drietal trappen zaten we ineens recht tegenover het pand van de huisarts. We filmden maakten opnamen van schaduwen die achter de ramen heen en weer bewogen. En zelfs ‘een shot’ van de gijzelnemer die voor het raam de straat inkeek. Het was een beste plek. Vond ook de speciale eenheid van de politie, getuige het feit dat wij een kleine 20 minuten later werden vergezeld door een heus lid van het arrestatieteam. Vanaf dat moment hadden we ook audio bij onze beelden. De portofoon van de vriendelijke, doch ietwat onzekere agent, voorzag ons van informatie over de gang van zaken rond het inmiddels omsingelde pand. Dit ging ons een spannende reportage opleveren… De eigenaar van de dakgoot voorzag ons bonte gezelschap van koffie met koekjes en zo werd het nog een gezellige edoch enigszins spannende zaterdagmiddag.
Natuurlijk was de blauwe brigade, middels onze diender, al snel op de hoogte van onze aanwezigheid. En, op de een of andere manier had ook de gijzelnemer, de verwarde man welke bij de huisarts verhaal was komen halen over zijn kersverse ex, iets waarvoor hij de huisdokter ten dele verantwoordelijk achtte, vernomen dat de media aanwezig was. En nog wel in de vorm van een heuse televisieploeg. Let wel… dit was lang voordat er camarazzi videocorrespondenten van SBS, RTL of PowNews op iedere straathoek huisden. Dat de ploeg in kwestie uit niet meer bestond als verslaggever Wouter van der Horst (de Kuifje van onze stadsredactie) en ondergetekende, deerde de verwarde ziel geenszins. Hij wilde de praktiserend arts wel ruilen tegen ons twee. Om zo zijn verhaal te kunnen doen, ten gehoren van half Rotterdam en omstreken. De vraag drong eigenlijk maar half tot mij door, maar Wouter (ik vreesde zijn (toen nog) mediageile reactie) was resoluut in zijn ‘nee’. ‘Er zijn grenzen’, aldus een ietwat gespannen van der Horst. Ik vermoedde bij hem hetzelfde angstige gevoel, dat ik bij mezelf vanbinnen voelde opkomen. Dus was ik blij met zijn nee. Ik ben nooit zo’n held geweest. De onderhandelingen waren al op niets uitgelopen, voordat ze daadwerkelijk begonnen waren. Nog een half uur later denderden we met draaiende camera de drie trappenhuizen af om nog nét te kunnen filmen hoe de snoodaard verwarde man met handboeien achterin een gereedstaande burgerauto werd gedirigeerd. Met de standupper van Wouter (geen Wouter vd Horst item, zónder stand-up) met op de achtergrond de om de hoek verdwijnende auto, was het laatste shot van de reportage gedraaid.
In de editruimte op de 21ste verdieping van het WTC, hartje 010, werden de beelden door onze Wouter in korte tijd vakkundig tot een nieuwsitem van 5 minuten gemonteerd. Voice-overtje, tussenshotje, commentaar van de politievoorlichter, je kent ‘t wel. Kopieën werden gemaakt voor het NOS journaal en om 18.00 kon het als opening van het nieuws de zender op. Achter schakeltechnicus Theo Stol stond echter een hoge ome van de politie, die bij de eerste beelden van de arrestatie op de eject-knop van de betacamrecorder drukte. De afspraak was, dat leden van het arrestatieteam, nimmer herkenbaar in beeld getoond mochten worden… Oeps.