Als kind gingen wij vrijwel ieder jaar op vakantie naar Frankrijk. Meestal naar Bretagne. Wat zeg ik ? Meestal naar Tregastel, aan de ‘kust van de rose rotsen’, la côte de granit rose. Omdat we woonden in Schiedam, was de eerste stop meestal in Noord-Frankrijk. Of bij de familie in Maubeuge. Of op ‘n kleine camping met ‘n prachtig statig landhuis, getooid met kleine dakkappeletjes en omgeven door bloemrijke struiken. De toiletten, hurkers natuurlijk, bevonden zich in ‘n halfronde (planten)kas aan de zijkant van het huis. Tandenpoetsen deed je tussen de geraniums.
De ‘patron’ had een Traction Avant onder een kleed in de schuur en zijn vrouw verkocht ’s ochtends croissants en baquettes en maakte jam, die stijf stond van de gelatine. De camping was klein maar een plaatje: een oase van rust na een dag autorijden. ‘n Karrenspoor, als ‘n breed uitgerekte letter s, met ‘n smalle strook gras. Als een Alpen-col in de Tour de France tegen een heuvel aan. Beneden in het dal graasden schapen, langs ‘n stroompje, niet breder dan je stoel. Wij kinderen noemden het dan ook altijd ‘de schaapjescamping’.
Jaren later, in 1988, probeerden we de camping terug te vinden. ‘n Naam wist ik niet meer. En ’schaapjescamping’ stond natuurlijk niet op onze Michelinkaart. Blangy sur Bresle, was het enige dat ik mij kon herinneren. En op weg naar Tregastel, vonden we niets. Natuurlijk niet; de enige kaart die we tot onze beschikking hadden was de routekaart voor Frankrijk, voor de leden van de ANWB. Gratis. Dat wel, maar idd niks waard wanneer je van de grote weg afging. In Bretagne kocht ik, zoals mijn vader ook altijd deed, ‘n detailkaart van de omgeving van les granit rose. Ik ben gek op kaarten en atlassen moet u weten. En keek ik in de winkel in de grote Michelin-atlas op kaart nr. 12. De omgeving van Blangy sur Bresle. Ik herkende nu de namen Campneuseville en, heel klein schuin daarboven, Monchy le Preux. Twee blokjes aan weerszijden van ‘n dun weggetje.
Op de terugweg stonden we er ‘n nacht. Op camping Monchy le Preux. Bij het landhuis. Met croissants en stijve jam. Het voelde als thuiskomen.
In 2001, togen we, nu met kinderen, van toen 2 en 5, weer naar Bretagne. Nu wisten we waar we moesten zijn. Maar de camping was er niet meer. Teleurgesteld stonden we voor de dichtgegroeide ramen en staarden we in de verlaten kas. Namen foto’s van het huis en droomden al over ‘n kleine camping met chambre ‘d hotes in Frankrijk. Het programma ‘Ik Vertrek’ en gezond verstand weerhielden ons daarvan…
En afgelopen vakantie waren we er weer. Met nog altijd de stille hoop, dat iemand dit paradijsje weer tot camping of chambre d’ hotes heeft omgetoverd. Het verroeste hek was dicht, het erf een wildernis. Door ‘n klein gat in het hek slopen we toch naar het huis. De struiken waren in 9 jaar gewoon doorgegroeid. De kozijnen verrot en de camping onherkenbaar. In de kas groeiden net zoveel braamstruiken als daarbuiten. Ik nam foto’s en werd betrapt door een man. Het bleek de zoon van de oude eigenaars. Om onze ongevraagde aanwezigheid te verbloemen, vertelde ik over vroeger. Over 35 jaar geleden. In m’n beste Frans… De zoon vertelde dat het huis en de camping verkocht waren aan ‘n Engels koppel, die er slechts een maand per jaar waren. Zijn zoon heeft nog wel de landbouwgrond in het dal, maar is voor zijn inkomen afhankelijk van z’n baan in de ‘industriëlle’. Vader (die van de Traction Avant) was al een aantal jaar overleden, en z’n moeder woonde met haar 96 jaar in ‘n verzorgingshuis in Blangy, waarbij hij ‘n gebaar maakt van dat ze niet helemaal meer helder is… De Engelsman had dat voorjaar net ‘n paar bomen mishandeld. En dat als ‘ecologiste’. Het zit ‘m duidelijk hoog dat de camping verleden tijd is en er geen toekomst meer zit in dit huis op deze speciale plek. Triste, klinkt het aldoor in z’n betoog. En dat is ‘t inderdaad. Het ooit nog steeds prachtige huis is nu overwoekert met vlinderstruik en blauwe seringen. De kozijnen zijn verrot en het erf verwaarloosd. De camping is overwoekerd, maar je voelt nog altijd het speciale van dit plekje… Wanneer ik 20 jaar jonger was, en genoeg geld had, had ik er nog wel zin aan gehad. Camping Monchy le Preux, bij Campneuseville.